Het monument
De Weesper Laurenskerk is een monument en wij zijn daar trots op. Maar onze kerk is meer dan een monument, dat alleen maar herinnert aan de gelovigen uit vroeger eeuwen.
Het kerkgebouw is nog steeds het levende centrum van de Protestante Kerk Nederland (PKN) van Weesp en Driemond.
Hierna volgt een beschrijving van het kerkgebouw, zowel van het gebouw zelf (uitwendig en inwendig) als van de belangrijkste elementen in het gebouw; klik op een van onderstaande links:
Plattegrond
Afmetingen:
De toren, zoals zoveel oude torens eigendom van de burgerlijke gemeente, is 40 meter hoog.
Het kerkgebouw is inwendig 58 meter lang en 22 meter hoog.
De hoogte uitwendig is 31 meter.
De breedte van de drie beuken - inwendig - is 21 meter.
Toren
De beiaardklokken hangen boven in de "lantaarn".
Deze klokken zitten vast; ze kunnen niet bewegen. Om ze te bespelen moet de klepel of een hamer naar de klok toe worden bewogen.
Dat gebeurd met heel lange stukken staaldraad. De hamers zijn verbonden met de trommel.Op de trommel staan, net als op een muziekdoos, de melodieën die elk kwartier klinken.
Eigenlijk is de kerktoren een enorme staande (en slaande) klok. De klepels zijn verbonden met het klavier. Op het klavier speelt de beiaardier zelf. De klepels zijn zo zwaar dat de beiaardier zijn vuisten nodig heeft om ze in beweging te krijgen. Het klavier heeft dan ook stokken in plaats van toetsen.
Op de klokkenzolder hangen de luidklokken. Luidklokken kunnen wel bewegen. Ze zwaaien om een as heen en weer zodat de klepel de klok raakt. Doordat luid-klokken zo zwaar zijn, is er in de toren een aparte houten toren gebouwd.
In die houten toren zijn de luidklokken opgehangen. Als de klokken worden geluid, zwaait die houten toren een beetje mee door het gewicht van de klokken. Op die manier wordt de kracht van die zwaaiende klokken opgevangen. Zo'n houten toren heet klokkenstoel.
De touwen waar de klokken mee geluid worden komen uit op de luidzolder. Als de klokken worden geluid, kan je beter niet op de klokken-zolder zijn, de klank van de klokken is zo luid dat het echt pijn doet aan de oren, en zo'n zwaaiende klok komt ook hard aan. De beiaard wordt elke dinsdagmorgen van 11 - 12 uur bespeeld.


Het kerkinterieur wordt in het bijzonder bepaald door de rijen zuilen of pilaren. De lichtbeuk wordt gedragen door tweemaal zeven vrijstaande zuilen; daarbij nog vier halfzuilen (zuilen die niet vrijstaand zijn). Twee halfzuilen staan op de hoeken van de aansluiting van het koor en de kerkruimte. De beide andere halfzuilen bevinden zich links en rechts aan de kerkmuur, waar tegen het orgel is gebouwd. Deze beide halfzuilen zijn in tegenstelling tot de overige (die van zandsteen zijn) in heel fijn metselwerk uitgevoerd. De zuilen waren allemaal gepleisterd, tot er na de restauratie van de secco's van twee zuilen is besloten om bij de restauratie van de volgende zuilen de kalklaag weg te laten.
Muur- en pilaarschilderingen
Na de restauratie zijn enkele muur- en pilaarschilderingen voor de dag gekomen, uiteraard uit de voorreformatorische tijd van het kerkgebouw. Over de wijdingskruizen naast het koorhek hebben we het al gehad. Een fraai exemplaar van het wijdingskruis is te zien op de pilaar naast de kansel.
Schuin tegenover de preekstoel ziet u drie beschilderde pilaren. Op de meest linkse van de drie pilaren staat de afbeelding van de apostel Bartholomeus. Op de middelste van de drie pilaren staat de heilige Augustinus en tot slot op de rechtse van de drie staat paus Sixtus (wleke is niet bekend de tweede of de derde). Boven de bogen aan de bovenzijde van de pilaren zijn ook gekleurde ornamenten te zien.



Voor de reformatie speelden zich in het koor de voornaamste kerkelijke handelingen af. Daarna heeft men in de kerk van Weesp nooit meer goed geweten wat men met deze niet-reformatorische kerkruimte moest aanvangen. Tot midden van de 19-de eeuw was het koor de excercitie plaats van de schutterij. Later werd het koor gebruikt als opslagplaats van allerlei afgedankt meubilair, onzichtbaar achter een hoog gordijn, dat in 1871 werd aangebracht ter "vermijding van de tocht".
Na de restauratie werd het koor ingericht als "trouwkerk", maar het wordt als zodanig nauwelijks gebruikt, omdat de bruidsparen de voorkeur geven aan "de" kerk. Gedurende eeuwen (tot 1830) is in de kerk begraven; in het koor werden de stoffelijke overschotten van kerkelijke- en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders ter aarde besteld. Zo bevindt zich in het koor de grafkelder van de familie Yselsteyn, die in de 15e en 16e eeuw het slot "Ten Bosch" bij Uitermeer bewoonde. Nazaten van deze familie waren aan de Oranjes geparenteerd. Na de reformatie werden predikanten, die te Weesp overleden waren, in het koor begraven. Maar ook vinden we er de grafkelder van de bekende Weesper patriciersfamilie van Hugenoten afkomst : d'Arrest.
Opvallend koormeubilair is een laatgotische tafel uit 1475 met daarop een koperen lezenaar. In het koor staan nog enkele banken, welke dateren uit de tijd dat er vierkante meters kerkvloer gehuurd konden worden, waarop door de huurder deze "particulieren" zitbanken geplaatst worden. De banken moesten verplaatsbaar blijven in verband met het begraven in de kerk.
Het koorhek
Vóór het koor staat een fraai koperen koorhek. Het vertoont veel overeenkomst met het koorhek van de Utrechtse Jacobikerk. De maker daarvan was Jan van den Eijnde uit Mechelen, zodat algemeen wordt aangenomen dat ook hij de meester is van het Weesper koorhek, dat vermoedelijk omstreeks 1525 geplaatst is.
Het hek werd aangebracht tussen beide hoekpilaren van het koor, zodat op elk dezer pilaren de helft van een wijkruis verwijderd moest worden. Tijdens de restauratie is het koorhek wat verder het koor ingezet, zodat de halve wijkruizen nu goed zichtbaar zijn.
In het open gedeelte van het koorhek bevinden zich het "Tien geboden bord" en het "Credobord" uit de 17e eeuw. Voor de reformatie hebben op deze plaatsen vermoedelijk beelden gestaan. Men spreekt van de heiligen Laurentius en Magdalena.



Behalve de drie ingangsportalen met de voormalige kosterswoning (gebouwd in 1634), waar thans de garderobe en de toiletruimte zijn ondergebracht, heeft de kerk twee nevenruimten, die aandacht verdienen. Bezienswaardig is vooral de ingangspartij tot de consistorie- of kerkeraadskamer. Deuren en kamer zijn uit de jaren 1755-1756. Boven de deuren ziet u de bekende afbeelding van de pelikaan, die haar jongen met haar bloed voedt. De andere kamer is de kerkmeesterskamer, de houten deur in het koor geeft toegang tot deze kamer. Beide kamers hebben fraaie schoorstenen.



Het huidige orgel heeft twee voorgangers gehad. Het eerste heeft voor de reformatie tot 1592 dienst gedaan. In dat jaar bouwde Pieter Janszoon de Swart uit Utrecht een nieuw orgel, dat tot 1822 de gemeentezang begeleidde, maar toen was het dan ook versleten. De kerkmeesters namen het besluit de gebroeders Bätz, eveneens uit Utrecht, op te dragen een nieuw orgel te bouwen. Dit geschiedde en het instrument werd geleverd voor het bedrag van f.19.439.95.
Op zondag 12 oktober 1823 werd het orgel feestelijk in gebruik genomen: "Het orgel, voltooid zijnde, werd de dag der plechtige inwijding van hetzelve bepaald op zondag de 12 oktober 1823. Aan de Weleerwaarde Heer Jacob van Bleijenburgh, oudste Leraar der Gemeente, werd verzocht de feestrede uit te spreken, terwijl de fungerende leden van de Evangelisch Lutherse gemeente hier ter stede uitgenodigd werden de feestviering bij te wonen. Een aanzienlijke menigte van hoorders, zo uit de stad als van elders, was samengevloeid. De Leraar Jacob van Bleijenburgh betrad des voor middags ten negen uren de predikstoel en hield een doelmatige en algemeen goedgekeurde leerrede, ten onderwerp nemende Psalm 98 vers 4-7a, welke door Psalmen, Gezangen en orgelmuziek afgewisseld is geworden, wordende het orgel bespeeld door de heren Lingius en van der Eezen, organisten binnen deze stad.
Des namiddags deden de heren Boerse en Brachthuizen onder de toevloed van een aanzienlijke menigte, de kracht en welluidendheid van het speeltuig horen door het uitvoeren van een ouverture, koraal, gevarieerd gezang 40, de morgenstond, fluitconcert, bataille, sledevaart en finale. En zo eindigde dit feest, tot genoegen der Gemeente en van alle aanwezigen, bij welke gelegenheid de wenselijkste orde geheerst had".
In de loop der jaren zijn meer en minder ingrijpende herstelwerkzaamheden en restauraties aan het orgel verricht, o.a. in 1891. De laatste restauratie door de firma Blank te Herwijnen viel samen met de restauratie van het kerkgebouw. Bij de laatste restauratie, in 2016 door de firma Van Vulpen uit Utrecht, is het orgel in de oorspronkelijke staat teruggebracht.
Hier volgt een beschrijving van het orgel. De voorname kas in Empire-detaillering is verdeeld over Hoofdwerk en Rugpositief. De beide manualen hebben een omvang van C tot f''' Het pedaal is aangehangen en heeft een omvang van C tot d'. Wat foto's van het orgel:





De dispositie luidt als volgt:
Hoofdwerk:
Prestant 16' Afsluiter op beide manualen
Bourdon 16' Tremulant op beide manualen
Prestant 8' Klavierkoppel (gehalveerd in bas en discant)
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Gedekt fluit 4'
Octaaf 2'
Quint 3'
Mixtuur 4', 6', en 8' sterk, gehalveerd in bas en discant
SexquiaIter 3' sterk (discant)
Cornet 5' sterk (discant)
Trompet 8' gehalveerd in bas en discant
Voxhumana 8' gehalveerd in bas en discant
Rug positief:
Prestant 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Gemshoorn 2'
Flageolet 1'
Mixtuur 3', 4, 5 en 6 sterk
Quint 1,5'
Sexquialter 2' sterk (discant)
Fagot 8'
Nog een enkele bijzonderheid: bij de laatste restauratie is de door Bätz-Witte in 1851 geplaatste Viola di Gamba op het rugwerk vervangen door een Quint 1,5'. Tevens zijn de oorspronkelijke bakstukken van de klavierbak, die door de fa. Sanders in 1937 waren vervangen, opnieuw geplaatst.
Boven op het orgelfront staan twee engelen. De engel links heeft een palmtak in de hand als symbool van de vrede; de andere engel heeft niet een krans maar een slang vast, die zichzelf in de staart bijt als symbool van de eeuwigheid.
Het orgel wordt gedragen door zes houten gemarmerde pilaren. In de natuurstenen voeten staan de namen gebeiteld van de zonen van beide predikanten en van vier notabelen in de gemeente ...........van 1823 uiteraard.
Meer informatie over het orgel vindt u op 'http://www.xs4all.nl/~twomusic/orgel/orgel.html'



Volgens de voorlopige monumentenlijst is deze kansel uit het laatste kwart van de 16e eeuw, maar hij kan niet eerder dan in 1863 geplaatst zijn, want in 1862 werd de vorige preekstoel, die in 1611 door Marten Claesz. was vervaardigd, verkocht. Waarschijnlijk was dit meubelstuk niet al te best meer, want reeds in 1766 legateerde iemand f.100,-- voor een "nieuwe predikstoel".
Ander kerkmeubilair
Een opvallend stuk kerkmeubilair staat in de noord-west hoek van de kerk: een gestoelte dat iets van een preekstoel heeft en ook wel als zodanig werd gebruikt. Boven op dit gestoelte bevindt zich de klankbord bekroning van de oude kansel, die in 1862 werd verkocht. Op het gestoelte heeft de koperen lezenaar een plaats gekregen, die voor de restauratie op het doophek voor de kansel in de kerk was aangebracht. Het gestoelte deed vroeger dienst bij promoties in de "Latijnse" school. Op de plek waar deze school stond, staat nu het Lichthuis aan het Waagplein. Het Lichthuis wordt gebruikt als verenigingsgebouw en vergaderlokaliteit van de PKN gemeente.
In de ruimte bij de zijingang van de kerk aan de zuid-west gevel staat een grote kleerkist, een geschenk van een gemeentelid. De oude naam van zo'n 17e kleerkist is "Dressoor" (niet te verwarren met "dressoir"). Voorts vindt u in deze ruimte een aantal vitrines met allerlei kleinere voorwerpen die in verleden in de kerk werden gebruikt ten behoeve van de eredienst: van kerkboeken tot attributen voor collectes en er zijn zelfs oude kurketrekkers voor het openen van de wijnflessen voor het avondmaal.
Naast de deur naar de ruimte met het dressoor en de vitrines hangen in de kerk twee mozaïken, die afkomstig zijn uit de voormalige Lutherse Kerk aan de Nieuwstad. Dit zijn voorzien van typische lutherse afbeeldingen: de zwaan en de lutherse roos. Deze beide mozaïken zijn vervaardigd door de echtgenote van de voormalige voorganger van de Lutherse Kerk in Weesp.
In de noord-westhoek van de kerk voor het gestoelte ziet u een werktuig met behulp waarvan tot 1830 werd begraven. Het werd gebruikt om de grafzerken te lichten, vandaar de naam "zerkenlichter" voor dit instrument, dat van 1662 is.
De koperen lichtkronen in de kerk zijn bepaald nog niet oud. Zij dateren namelijk van 1926 en zijn gegoten naar het model van de kronen die voor het bombardement van Rotterdam in de St. Lourenskerk aldaar hingen.
De 17e eeuwse kaarsenkronen waren reeds in 1849 verkocht en vervangen door olielampen, die reeds in 1862 plaats moesten maken voor een gasverlichting.


In de 17e en 18e eeuw hadden voorname families de gewoonte de nagedachtenis aan hun overleden verwanten zichtbaar te maken door middel van zogenaamde rouwborden. Sommige kerkgebouwen in ons land hangen er vol van. In de grote kerk van Weesp hangen er vier; ze zijn helaas niet meer in de heraldische kleuren geschilderd.
1. Het rouwbord boven de ingang aan de Kerkstraat is ter nagedachtenis aan Mr. Jacob Jacobsz. Hinlopen, gedoopt te Amsterdam in de Nieuwe Kerk op 22 maart 1644 en te Amsterdam overleden op 14 maart 1705 (op het bord staat ten onrechte "DE XII MAERT" vermeld). Jacob Hinlopen was van 1680 tot 1705 Raad van Amsterdam, in 1694 burgemeester, in 1695 bewindhebber van de Oost- Indische Compagnie en tot 1694 commissaris van het Zandpad op Muiden en Naarden, daarna van het Weesper Zandpad. Hinlopen was gehuwd met Debora Popta.
2. In het koor, aan het grote muurvlak aan de zijde van de consistoriekamer, hangt het tweede rouw- of gedachtenisbord en wel van mevrouw Schouten, gehuwd met de heer van Meeckeren. Mevrouw Schouten overleed op 29 juli 1746. Het ovale wapen is omgeven door een zogenaamd liefdekoord. De vier kleine schilden om het hoofdwapen heen zijn van de families Schouten, Dell, Leeuw en Backer.
3. Aan de noordwand van de kerk hangen twee rouwborden. Het linker bord is vermoedelijk ter nagedachtenis aan Cornefia van der Pol, gehuwd geweest met Jacob Meeuwsen. Zij was geboren te Leiden en overleed te Weesp op 20 oktober 1664.
4. Het rechtse bord aan de noordwand is ter nagedachtenis aan Claes Claesz. Dell, geboren te Weesp op 18 november 1622 en overleden aldaar op 10 februari 1688. Claes Dell was burgemeester van Weesp in de jaren 1651 en 1655.















